Wir verwenden Cookies, um die Benutzerfreundlichkeit dieser Webseite zu erhöhen (mehr Informationen).

Prof. Dr. Werner Gitt

De mens, een geniale constructie

Der Aufbau des menschlichen Körpers liefert uns erstaunliche Informationen. Einige Details wie das Blut, die Zellen, das Gehirn und einiges mehr werden näher betrachtet.

Wir erkennen daran, dass der Mensch zweifellos eine geniale Konstruktion ist. Es ist darum unvernünftig, anzunehmen, dass wir das Ergebnis eines planlosen Prozesses sich selbst überlassener Materie sind. Ohne die Annahme einer Schöpfung verrennen wir uns im Dickicht evolutionärer Gedankensysteme und werden der Wirklichkeit nicht gerecht.

 

Die ausführliche wissenschaftliche Argumentation steht in dem Buch »Faszination Mensch« von Werner Gitt, CLV-Verlag, Bielefeld, 3. Auflage 2015, 155 S., ISBN: 9-89397-649-3.

10 Seiten, Best.-Nr. 129-27, Kosten- und Verteilhinweise | Eindruck einer Kontaktadresse



De mens -
een geniale constructie

Wij slepen allemaal een fundamentele vraag mee in ons leven: Waar komen we eigenlijk vandaan? Nauw daarmee verbonden komen meteen de volgende vragen op: Waarom leven we hier een tijd? En wat zal er hierna zijn? Is ons bestaan dan onherroepelijk uitgewist of bestaan we voor altijd en eeuwig verder op een andere plaats?

Er zijn slechts twee antwoorden voor de oplossing van dit probleem:

  • Model A: Evolutietheoretici en atheïsten zeggen ons dat wij uit een proces voortkomen dat ons zonder strategie, zonder intelligentie en zonder doelstelling in miljoenen jaren alleen uit materie heeft doen ontstaan. Met de dood is alles voorbij en er is ook geen God aan Wie we op een keer rekenschap moeten afleggen.
  • Model B: Daartegenover staat de uitspraak van de Bijbel, dat een alwetende en almachtige Schepper ons gewild en ons doelbewust geschapen heeft. De dood is wel het eindpunt van het aardse leven maar tegelijk het begin van het eeuwige leven, want onze Schepper wil ons graag in de hemel hebben.

Deze verklaringen liggen zo ver uit elkaar dat er beslist één verkeerd moet zijn. Welke uitspraak blijkt, met de kennis van de 21e eeuw, solide te zijn? Laten we eens kijken naar sommige zintuigen en opvallende delen van ons lichaam en daarbij toetsen of de concepten zonder intelligentie zijn of intelligente kenmerken hebben. Daarbij kijken we meteen naar belangrijke uitspraken van de Bijbel. We bekijken elk gedeelte en toetsen dan of er een punt naar model A of naar model B gaat.


Tastzin
Verdeeld over de hele huid

Op een vierkante centimeter huid hebben we zegge en schrijve 6.000.000 cellen en 5.000 zintuiglichaampjes die de tastzin mogelijk maken. Alles wat wij voelen, hetzij warmte, koude, gladheid, ruwheid of pijn, wordt door elk punt van de huid verder naar de hersenen geleid. Daarvoor heeft het een uiterst dicht netwerk van informatieleidingen en een geschikte codering nodig, zodat alles in de hersenen volgens plaats en manier kan worden waargenomen. Dit informatienetwerk buiten de hersenen heeft een lengte van 380.000 kilometer.

Wie heeft dit netwerk bedacht en de leidingen in hightech aangelegd en voor de hersenen een programma bedacht dat alles kan identificeren? Zo’n doelgericht en heel intelligent systeem kan niet uit iets doelloos zijn ontstaan! Het punt gaat hier duidelijk naar model B.


Het oor
Met de meest exacte meettechniek

Het menselijk oor beschikt over de onvoorstelbare bekwaamheid om energieverschillen van geluid in een spanne van één tot één biljoen (= 1012) te horen. Geen technisch apparaat kan dit zonder omschakeling van meetbereik. De gevoeligheid van het oor reikt tot aan de natuurkundig mogelijke grenzen. Dat wordt door een drievoudige signaalomzetting van mechanisch in hydraulisch en ten slotte in elektrisch bereikt. Hetzelfde geluid komt eerst direct op het trommelvlies en na circulatie in de oorspier een vijfduizendste seconde later nog een keer. Uit deze vier meetwaarden produceren de hersenen in samenhang twee andere signalen. Door deze geniale verrekening in de hersenen is het alsof we met zes oren zouden horen.

Deze geavanceerde technologie staat een akoestische analyse toe om richting, plaats van oorsprong en beweging van geluidsbronnen in alle ruimteniveaus te herkennen. Bovendien kunnen we bij een gesprek van meerdere personen voor ons onbelangrijke zaken naar de achtergrond dringen en andere zaken bewust accentueren. Dat presteert geen enkel technisch apparaat. Waar komt deze geniale constructie vandaan? Kan een proces zonder doelstelling zoiets teweegbrengen? Natuurlijk niet! De Psalmist geeft het korte, treffende antwoord: ‘Zou Hij Die het oor plantte niet horen? Die het oog vormde, niet zien?’ (Psalm 94:9). Het oor is niet afkomstig uit een evolutieproces maar berust op een geniale daad van de Schepper. Het punt gaat hier naar model B.

Het bloed
Een universeel transportmiddel

Het bloed neemt levensnoodzakelijke functies waar. Elke cel wordt van brandstoffen uit de voeding met zuurstof, vitaminen, hormonen en warmte voorzien. Ook worden stofwisselingsproducten en ook warmte door elke cel weer afgevoerd. Het bloed bevindt zich een leven lang in een constante vloed, het verblijft in een eindeloze bocht waarbij het hart zich elke seconde met bloed vult om het er dan meteen weer uit te werpen.

Een bijzonderheid in het bloed zijn de rode bloedlichaampjes; in elke druppel bloed zijn er 150 miljoen. Ze worden in de longen van zuurstof voorzien en gelijktijdig lossen ze daar het afvalproduct kooldioxide (CO2). De rode bloedlichaampjes bevatten de sterk gespecialiseerde levensnoodzakelijke chemische verbinding, de hemoglobine, en is al tijdens de embryonale ontwikkeling actief. In het foetale stadium (vanaf de derde maand) verandert de zuurstofbehoefte en daarom is er een andere hemoglobinesoort met een andere chemische samenhang nodig. Kort voor de geboorte werken dan alle chemische fabrieken nog een keer op volle toeren om de omschakeling op de volwassen hemoglobine te realiseren.

De drie hemoglobinesoorten kunnen niet op evolutionaire wegen door uitproberen gevonden worden, omdat de meeste andere varianten niet voldoende zuurstof zouden transporteren. En dat zou een zekere dood veroorzaken. Driemaal heeft het een andere biologische ‘machine’ nodig voor de hemoglobinesoort van dat ogenblik, dat ook nog op het juiste ogenblik de productie moet omschakelen. Waar komt zo’n complexe machine vandaan? Elk evolutie-idee faalt hier grondig want voor half klare tussenstadia zou er geen overlevingskans zijn. Ook dit punt gaat heel duidelijk naar model B.


De cellen
Bouwstenen met 100 biljoen afzonderlijke delen

Wist u dat het menselijk lichaam uit ongeveer 100 biljoen cellen bestaat waarvan elke cel uit ongeveer 10.000 maal zoveel moleculen bestaat dan de melkweg sterren heeft? Daarbij moet men bedenken: onze melkweg bestaat uit minstens 100 miljard afzonderlijke sterren. Als iemand dit getal zou tellen (1014) en hij zou dat ononderbroken dag en nacht op de maat van een seconde doen, dan zou een mensenleven hiervoor niet voldoende zijn. De benodigde tijd zou namelijk drie miljoen jaar bedragen! Het is wetenschappelijk totaal onopgehelderd hoe zulke reusachtige hoeveelheden van cellen zich organiseren tot een levensbelangrijk orgaan. Wat voor een programma bewerkstelligt de groei? Niemand heeft dat tot nu toe kunnen doorgronden. Als al onze geleerdheid voor het begrip niet voldoende is, hoe zal de doelloze strategie van de evolutie zo iets kunnen bereiken? Ook hier gaat het punt duidelijk naar model B.


Het DNA
Door computers onbereikte opslagtechniek

In het binnenste van de cel, in haar microscopisch kleine kern, wordt het waardevolste materiaal van het lichaam bewaard – het genoom, de genetische informatie. Alles wat tot opbouw van het lichaam (bijv. de constructie van organen en ledematen, vervaardiging van alle chemische verbindingen) nodig is, is hier volmaakt precies geprogrammeerd. Van de bijna onvoorstelbare informatiedichtheid in de DNA-molecule willen wij een aanschouwelijke indruk geven. Stellen we ons zoveel DNA/materiaal voor, zoals het in het volume van een speldenkop zou passen. Dan zouden wij 15 biljoen pocketboeken met erin telkens 160 bladzijdes kunnen opslaan. Op elkaar gelegd zou er een boekenstapel ontstaan die nog 500 maal meer is dan de afstand van de aarde naar de maan. Raadt u maar eens, welk model hier het punt ontvangt.

De hersenen
Het meest complexe maaksel in het heelal

Het brein is het centrale overkoepelende orgaan van ons zenuwstelsel dat bijna alle processen in het organisme stuurt, bewaakt en coördineert. Het verzamelt en verwerkt de indrukken van de zintuigen, slaat ze op en bewerkt haar zinvolle beantwoording. Over de eigenlijke informatieverwerking in de hersenen is zo goed als niets bekend. Maar één ding is zeker: er moet daar een groot aantal uitgekiende programma’s zijn die alle inkomende en uitgaande informatie kunnen verwerken, verrekenen en coördineren. Alles moet in reëel aflopende tijd en in parallelverwerking gebeuren. We weten niet hoe herinneringen opgeslagen en opgevraagd worden. Verder is onbekend hoe wij op nieuwe ideeën komen en hoe de interactieve samenwerking met ons niet-materiële deel, de ziel, functioneert.

Het brein bestaat uit ongeveer 100 miljard zenuwcellen (neuronen). Hun aantal is in de orde van grootte van het getal van de sterren in onze melkweg. Elk neuron staat via synapsen met duizend andere neuronen in verbinding. Het is een netwerk van de hoogste complexiteit. Ook hier gaat er weer een punt naar model B.

Waarneming
In deze en de andere wereld

De functies van de zintuigen van ons huidige lichaam vallen met de dood allemaal uit. Is de dood daarmee het absolute eindstation zoals atheïsten en vertegenwoordigers van de evolutie aannemen? De Bijbel zegt daartoe een duidelijk: NEE! We zijn volgens Gods plan eeuwigheidschepsels en ons bestaan kan niet worden uitgewist.

In Lukas 16 vertelt de Heer Jezus over twee mensen. Hun aardse leven werd door de lichamelijke dood beëindigd. Maar ze bevonden zich ogenblikkelijk met hun volle bewustzijn in het hiernamaals. Bij de een speelde God in zijn levensconcept geen rol terwijl de ander, Lazarus, zich door God gedragen wist. De Heer Jezus beschrijft beide situaties na de dood: ‘Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in de pijnen verkeerde’ (Lukas 16:22-23). Ze hebben dus allebei door de dood de wereld verlaten en bevinden zich nu op een geheel andere plaats. Hoewel ze in dezelfde stad woonden, is hun tegenwoordige verblijfplaats nu totaal verschillend. De ene beleeft heerlijkheid en de andere bevindt zich op de plaats van pijnen.

Voor niemand van ons eindigt het leven met de biologische dood. Voor dit feit hebben we een betrouwbare informatiebron. In de opstanding gebeurt de verandering van het aardse naar het eeuwige lichaam: ‘Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, er wordt een geestelijk lichaam opgewekt’ (1 Korinthe 15: 44). Voor ons verblijf in de eeuwigheid noemt de Bijbel twee extreem verschillende plaatsen, de hemel en de hel, resp. de plaats van de heerlijkheid in de nabijheid van God en de plaats van de verdoemenis in de Godverlatenheid.

Zouden we de hemel en de hel beschrijven dan zouden we het vanuit onze zintuigen zo zeggen: beide plaatsen zijn plaatsen van waarneming – of we ervaren eeuwig mooie dingen of eeuwig verschrikkelijke dingen. Wat onze verblijfplaats zal zijn, hangt af van onze positie ten opzichte van de Heer Jezus Christus. Exacter gezegd: of wij geloven in Hem of wij geloven niet in Hem. Ook hier wordt het punt aan model B gegeven omdat de atheïsten voor hun opvatting geen informatiebron bezitten.

De mens
Een geniale en geplande constructie

Al aan de enkele overdachte details van de mens wordt duidelijk dat de mens zonder twijfel een geniale constructie is. Het is daarom onverstandig om aan te nemen dat wij het resultaat van een doelloos proces van een aan zichzelf overgelaten materie zijn. Zonder de aanname van een schepping lopen we vast in een warnet van evolutionaire gedachtesystemen en doen we geen recht aan de werkelijkheid. Volgens Romeinen 1:19 is de abstracte conclusie van het overdenken van de werken op het bestaan van de Schepper dwingend, want ‘van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien’. Het is gemakkelijk te begrijpen dat alle punten duidelijk aan model B gegeven moesten worden.

Aan de schepping van de mensen ligt, volgens de Bijbel, een plan ten grondslag: ’Laat ons mensen maken’ (Genesis 1:26). Op dit plan volgde onmiddellijk de uitvoering: ‘En God schiep de mens naar Zijn beeld’ (Genesis 1:27). Het Nieuwe Testament leidt ons dieper in de gedachten van de schepping en zegt bij de persoon van de Schepper: ‘Want in Hem zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare’ (Kolosse 1:16). Van de Heer Jezus staat er: ‘Hem heeft Hij gesteld tot erfgenaam van alle dingen’ (Hebreeën 1:2).

In Johannes 14:6 zegt de Heer Jezus de radicale zin: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’. Hij is dus de enige ‘deur’ naar de hemel. Alleen Hij heeft voor onze zonden betaald. Daarom staat er: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven’ (Johannes 3:36). Vraag daarom God om vergeving van al uw zonden, zodat u niet in het oordeel van God komt. Neem in het gebed de Heer Jezus aan als uw persoonlijke Schepper en Redder en volg Hem na.

Dir. en Prof.
Dr. Ing. Werner Gitt