Wir verwenden Cookies, um die Benutzerfreundlichkeit dieser Webseite zu erhöhen (mehr Informationen).

Werner Gitt

De grootste uitnodiging

Wer freut sich nicht über einen persönlichen Brief mit einer liebevollen Einladung? Wussten Sie, dass die Bibel als Brief Gottes an uns bezeichnet werden kann? In ihr spricht uns Gott eine Einladung ganz besonderer Art aus.

Über die Wahrheit der Bibel gibt es zuweilen heftige Diskussionen. Jede Debatte über die Herkunft und das Wesen der Bibel bleibt letztlich wertlos, wenn das Wort Gottes uns nicht zur persönlichen Anrede wird. Selbst dem flüchtigen Leser der Bibel fällt sofort auf, dass das gesamte Neue Testament Briefcharakter trägt.

Gott, der Urheber dieses Briefes, sendet ihn uns aus einem einzigen Grund: Er möchte die Menschen, die sich im Sündenfall von ihm entfernt haben, zurückgewinnen. Er möchte, dass keiner verlorengeht und startete mit dem Kreuz von Golgatha die größte Rettungsaktion der Weltgeschichte.

Dieses Traktat eignet sich besonders gut zur Weitergabe an suchende Menschen!

10 Seiten, Best.-Nr. 128-27, Kosten- und Verteilhinweise | Eindruck einer Kontaktadresse



De grootste uitnodiging

De liefdesbrief aan ons

Wie is er niet blij over een persoonlijke brief met een liefdevolle uitnodiging? Weet u dat de Bijbel als een brief van God gezien kan worden? In de Bijbel spreekt God over een heel bijzondere uitnodiging aan ons.

Over de waarheid van de Bijbel zijn er soms heftige discussies. Elk debat over de herkomst en het wezen van de Bijbel blijft uiteindelijk waardeloos, wanneer we niet het Woord van God tot ons persoonlijk laten spreken. Zelfs de vluchtige lezer valt het meteen op dat het hele Nieuwe Testament het karakter van een brief heeft. Van de 27 geschriften worden al 21 door hun aanduiding als brieven gezien: bijv. Romeinenbrief, Korinthebrieven, Galatenbrief. Zoals uit de eerste verzen van het Lukasevangelie en de Handelingen al blijkt, zijn ook deze als brieven opgesteld. Zelfs het laatste boek van de Bijbel bevat meerdere korte brieven, die als zendschrijven (Openbaring 2 en 3) bekend zijn. Het kan geen toeval zijn, dat het evangelie van Jezus Christus voor ons in briefvorm wordt meegedeeld. Een brief is geen brokkelige verzameling van formules en geen nuchter wetboek, geen droog leerboek en geen encyclopedie met alle mogelijke feiten.

De brief is het meest persoonlijke en individuele bericht, dat een liefhebbende zendt. Men kent en waardeert elkaar en deelt de ander de gevoelens van het hart mee. Men neemt deel aan de zorgen en vreugden en weet, de ontvanger begrijpt mij. De brief is een teken van de persoonlijke interesses en van de liefde. Het Nieuwe Testament en daar bovenuit de hele Bijbel, zou eigenlijk als een liefdesbrief van God aan ons gelezen moeten worden.

God houdt van ons en Hij kent ons heel persoonlijk en daarom spreekt Hij ons aan in een briefvorm.

  • Hij weet, wanneer wij moedeloos zijn en troost en bemoediging nodig hebben.
  • Hij weet, waar wij gevaar lopen en daarom geeft Hij ons waarschuwingen, oriëntering en aanwijzingen.
  • Hij weet, hoe ons de schuld en de zonde belasten en daarom spreekt Hij ons heel persoonlijk aan over vergeving.
  • Hij weet, dat wij mensen doelloos ronddwalen en daarom gunt Hij ons een eeuwig doel.
  • Hij weet van onze verlorenheid en daarom biedt Hij ons het eeuwige leven aan.

Zijn Woord aan ons is altijd concreet, direct en wat betreft ons bestaan, behulpzaam. De Bijbel moet daarom met een liefhebbend hart en in een biddende houding gelezen worden. Wie zó de Bijbel benadert, wordt meer dan rijk gezegend maar wie kritisch en mopperend leest, gaat met lege handen weg.

Gods verlangen

God, de Auteur van deze Brief, zendt hem aan ons om één enkele reden: Hij wil graag de mensen, die zich door de zondeval van Hem verwijderd hebben, terugwinnen. Hij wil dat niemand verloren gaat en begint met het kruis van Golgotha aan de grootste reddingsactie van de wereldgeschiedenis. De brug naar het Vaderhuis is door de Heer Jezus gebouwd. Nu zoekt Hij onder ons wegwijzers. Hij heeft getuigen nodig, die anderen er van vertellen, hoe ze zelf hun reddding hebben ervaren. God heeft medewerkers, bidders en zielzorgers nodig, die tot assistenten van vreugde worden. Hij heeft mensen met hoop nodig in een wereld van angst en radeloosheid, van gelatenheid en reddeloosheid. Hij zoekt dragers van Zijn liefde in een wereld van haat, twist en oorlog. Hij zoekt zendelingen, die in hun naaste omgeving het evangelie verkondigen en zulke mensen, die tot aan de einden van de aarde gaan. Hij zoekt leraars, herders en evangelisten. Hij zoekt sprekers en schrijvers over het Woord. Om kort te gaan: Bij God zijn er geen werklozen; niemand is overbodig.

De Afzender van de brief wacht op ons antwoord

Hoezeer wachten wij op een antwoord, nadat we een brief hebben verstuurd. Hoeveel te meer God! Hij heeft ons Zijn liefde, niet slechts door het schrijven van een brief bekend gemaakt, maar door een daad.

De losprijs voor onze zonden was uiterst hoog: ‘Jezus Christus, Die Zichzelf voor onze zonden heeft gegeven opdat Hij ons zou trekken uit deze tegenwoordige boze wereld‘ (Galaten 1:4). We zijn door het bloed van Christus duur gekocht (1 Petrus 1:19). De brief aan de Hebreeën geeft ons ernstig te bedenken: ‘Hoe zullen wij ontkomen als wij een zo groot heil veronachtzamen?‘ (Hebreeën 2:3). God wacht dus op een persoonlijk antwoord van ons. Wat zeggen wij tegen Zijn aanbod van heil? Met ons gebed kunnen wij God aanspreken en Hem zeggen dat Zijn brief ons bereikt heeft. Wij grijpen de, in Jezus, uitgestrekte hand van God aan en roepen Zijn naam aan, wat ons tot heil wordt (Romeinen 10:13). We kondigen de ontvangst van Zijn Woord aan met dank en lofzegging. Wanneer we steeds in Zijn Woord lezen (Jozua 1:8) en ons leven daar naar richten, worden we zelf tot een brief, die weer door anderen gelezen wordt.

‘U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen. U van wie gebleken is dat u een brief van Christus bent, door onze dienst opgesteld, geschreven niet met inkt, maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen maar op vlezen tafelen van de harten‘ (2 Korinthe 3:2-3).

Mag ons leven, wat mensen ‘lezen‘, tot een brief van God worden dat op andere mensen uitnodigend werkt. Pas wanneer we de Bijbel, als liefdesbrief aan ons van God lezen, staan we in nauwe verbinding met Hem. Weten is goed, maar liefde is beter. Van deze verbinding spreekt de Heer Jezus in Johannes 10:27-28: ‘Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand‘. Wie de stem van de Goede Herder gehoord heeft, weet dat ze uniek is. Wie deze Herder volgt, is van de dood naar het leven overgegaan. Aan hem is het eeuwige leven toegekend.

We worden verwacht!

In de loop van ons leven ontvangen wij veel uitnodigingen. Dat begint al bij kinderen met de uitnodiging voor een verjaardagsfeestje. Als volwassenen worden we voor diverse feesten zoals verjaardagsfeest, jubileum, tuinfeest en bruiloft uitgenodigd. Dan zijn er zeldzame gebeurtenissen, waarvan de uitnodigingen heel aantrekkelijk zijn: staatsontvangst, uitreiking van de Nobelprijs, kroonfeest van een koning. Van al deze feesten kan gezegd worden:

  • Ze duren slechts een korte tijd. Vaak slechts één dag of maar één avond.
  • Hoe unieker het feest is, des te belangrijker is de uitnodiging.
  • Er is altijd een beperkt aantal deelnemers.

De Bijbel spreekt ook over een uitnodiging voor een feest. In tegenstelling tot alle voor ons bekende feesten, is dit feest evenwel een eeuwig feest. De gastheer is de hoogste en de grootste, die er bestaat: Het is God Zelf. God organiseert een groot bruiloftsmaal, een feest van vreugde. Dat is het wezen van de hemel: eeuwige vreugde, eeuwige gemeenschap met God, eeuwig in de tegenwoordigheid van de Heer Jezus.

De hemel is dus niet een soort wereld toestand, niet een politieke volkeren gemeenschap, niet een door oecumenische gezichtspunten uitgewerkte staatsorde of een kloosterlijk ascetenleven. Dat alles zijn resultaten van menselijke gedachtensystemen. Maar God wil ons het leven en volledige voldoening schenken, hier op de aarde in een voorsmaak en boven in de hemel in zo’n volmaakte en onvoorstelbare wijze, dat Paulus het slechts zó kon uitdrukken: ‘Wat geen oog heeft gezien en wat geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen, die Hem liefhebben‘ (1 Korinthe 2:9).

In Lukas 14:16-24 wordt het wezenlijke van deze uitnodiging voor de hemel in een gelijkenis beschreven:

1. Wie is er uitgenodigd? God kent geen uitzondering bij de genodigden. Het onvoorstelbare van deze boodschap is, dat God ieder mens waard acht om tot Hem te komen. Hij vraagt niet naar afkomst, beroep, nationaliteit, huidskleur, leeftijd of opleidingsniveau. Een grotere uitgestrektheid of ruimte bestaat er nergens.

2. Hoe vaak wordt er uitgenodigd? Het blijft niet bij één uitnodiging. God probeert het meerdere malen. In onze gelijkenis gaan er drie uitnodigingen uit. Het bijzondere gewicht van de roep tot het heil ligt altijd in het vandaag: ‘Heden, wanneer u Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet‘ (Hebreeën 3:7-8).

3. Hoe wordt er uitgenodigd? De drie uitnodigingen in Lukas 14 worden steeds indringender. Staat er eerst: ‘Komt, want alle dingen zijn gereed‘ (vers 17), dan neemt het steeds meer toe bij de tweede uitnodiging: ‘Ga snel‘ en ‘breng binnen‘ (vers 21), en bij de laatste staat er: ‘dwing ze binnen te komen!‘ (vers 23). In het Nieuwe Testament komt het Griekse woord ‘anagkazo‘ negenmaal voor, vijfmaal is het met ‘nodigen‘ en viermaal met ‘dwingen‘ vertaald (vers 23). Hier steekt dus meer achter dan slechts een weifelend vragen. De knecht zet zijn hele persoonlijkheid in, alle middelen tot overreding, de waarheid, de liefde, de zachtmoedigheid, de hoffelijkheid, de standvastigheid en volharding, ja soms moet hij heel duidelijk worden om de mensen voor de hel te waarschuwen.

4. Hoe groot is het getal van de deelnemers? De genodigden, die in de gelijkenis genoemd worden, hebben allen jammer genoeg de uitnodiging verworpen, niet uit principiële overwegingen, maar wegens verkeerd gestelde prioriteiten. Zo droevig is het. Vers 24 beschrijft de bittere waarheid over diegenen, die niet ingingen op de uitnodiging: ‘Want ik zeg u dat niemand van die mannen, die genodigd waren, van mijn avondmaal zal proeven‘. Ze waren dus geroepen maar ze kwamen niet. Nu vindt het feest plaats zonder hen. Zij blijven eeuwig buiten. De Bijbel noemt deze eeuwige verlorenheid: hel. De uitnodiging van God geldt vandaag nog voor ieder van ons. Wat is uw beslissing? De tafel wordt in elk geval vol. De Bijbel spreekt van de voltalligheid, dus een getal dat al bij God bekend is. Wanneer de laatste plaats bezet is, komt er geen uitnodiging meer. In Jeremia 8:20 wordt dit in het beeld van de oogst duidelijk gemaakt: ‘Voorbij is de oogst, ten einde de zomer, en wij zijn niet verlost!‘

5. Waarom zijn we uitgenodigd? De reden voor Gods uitnodiging aan ons vinden we heel snel, want in 1 Johannes 4:16 staat: ‘God is liefde‘. Zijn wezen is liefde en Zijn liefde is ook de bron van alle liefde, die er bij ons mensen is. In Jeremia 31:3 spreekt God ons direct aan: ‘Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid‘. Verder zegt God ons in ronduit proclamerende taal: ‘Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here Here, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft‘ (Ezechiël 33:11).

6. Hoe wordt de uitnodiging aangenomen? Voor de entree naar de hemel is de Heer Jezus bevoegd, want ‘Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door het geloof, in Zijn bloed‘ (Romeinen 3:25) en zonder Hem komt niemand tot de Vader (Johannes 14:6). Hij vergeeft alle zonden en Hij reinigt ons van alle ongerechtigheid wanneer wij onze zonden met oprechte harten belijden (1 Johannes 1:9). Door ons gebed, doordat we ons leven met alle zonden en mislukkingen aan de Heer Jezus overgeven, hebben wij de uitnodiging aangenomen. ‘Maar allen, die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht om kinderen van God te worden, hun die in Zijn naam geloven‘ (Johannes 1:12).

Slechts met het daardoor geschonken, reine bruiloftskleed (Mattheüs 22:11; Openbaring 3:4;7:9;7:14 en 19:8) krijgen wij toegang tot de hemel. De liefde van God is altijd universeel. Bij Hem is er geen partijdigheid, geen vooroordelen en geen naar sympathie uitgekozen liefde. Hij wil graag elk mens in Zijn liefde aannemen. De uitgestrektheid is evenwel niet te vatten en toch heeft ze ook een beperking, die de Bijbel niet verzwijgt: Wie de uitnodiging in de wind slaat, wie zich niet aan de Heer Jezus toevertrouwt, blijft eeuwig verloren. De bekende schrijfster Corrie ten Boom (1892-1983), schreef (in: ‘Gevangenen maakt Hij vrij‘) zeer treffend:

‘We kunnen allen in de hemel komen

zonder gezondheid, zonder rijkdom, zonder roem,

zonder geleerdheid, zonder opleiding,

zonder schoonheid, zonder vrienden,

zonder 10.000 andere dingen,

maar we kunnen nooit in de hemel komen
zonder Jezus Christus‘.

Wanneer u na het lezen van deze brochure erkend hebt, dat de Heer Jezus de enige weg tot uw redding is en u Hem van nu af aan met uw hele hart wilt volgen, dan kunt u dat bijv. door het volgende gebed aan Hem bekend maken:

‘Heer Jezus, ik heb vandaag gelezen, dat ik slechts door U in de hemel kan komen. Ik zou graag eenmaal bij U in de hemel zijn. Redt mij daarom van de hel waarin ik wegens al mijn schuld eigenlijk zou moeten komen. Omdat U zoveel van mij houdt, bent U ook voor mij aan het kruis gestorven en hebt daar de straf voor mijn zonden betaald. U ziet al mijn schuld – ook vanaf mijn jeugd. U kent iedere zonde, alles, waar ik mij bewust van ben, maar ook alles, wat ik al lang vergeten heb. U kent elke opwelling van mijn hart. Voor U ben ik als een open boek. Zoals ik ben, kan ik niet bij U in de hemel komen want ik heb tot hier toe zonder U geleefd. Ik vraag U, vergeef mij mijn zonden, waar ik oprecht spijt van heb. Komt U nu in mijn leven en maak alles nieuw. Help mij, alles af te leggen, wat niet goed is in Uw ogen en schenk mij nieuwe gewoontes, die onder Uw zegen staan. Open mij de toegang tot Uw Woord, de Bijbel. Help mij te begrijpen, wat U mij zeggen wilt en geef mij een gehoorzaam hart, opdat ik doe wat U behaagt. U zult van nu af aan mijn Heer zijn. Ik wil U volgen, wijs mij de weg, die ik moet gaan in alle gebieden van mijn leven. Ik dank U dat U mij verhoord hebt, dat ik nu een kind van God mag zijn, dat eenmaal bij U in de hemel zal zijn. Amen‘.

Dir. u. Prof. a.D. Dr.-Ing. Werner Gitt