Wir verwenden Cookies, um die Benutzerfreundlichkeit dieser Webseite zu erhöhen (mehr Informationen).

Prof. Dr. Werner Gitt

Wonderen van de Bijbel

Wir leben im 21. Jahrhundert und haben gerade in den letzten Jahrzehnten von überwältigenden Erfolgen der Wissenschaft gehört: Dem Menschen gelang der Flug zum Mond, das Schaf Dolly wurde geklont und das Genom des Menschen sequenziert.

Kann man in solch aufgeklärter Zeit noch an die Wunder der Bibel glauben? Sind die Auferstehung der Toten, die plötzliche Heilung von Schwerkranken oder physikalische Wunder wie die augenblickliche Stillung des Sturmes auf dem See Genezareth dem heutigen Menschen noch zumutbar? Der Autor und Wissenschaftler Werner Gitt geht in dieser Schrift auf diese und ähnliche Fragen ein.

Dieses Traktat eignet sich besonders gut zur Weitergabe an suchende Menschen!

10 Seiten, Best.-Nr. 126-27, Kosten- und Verteilhinweise | Eindruck einer Kontaktadresse



Wonderen van de Bijbel

Wonderen lijken in onze wetenschappelijk gemarkeerde tijd op het eerste gezicht onrealistisch. In het bijzonder de tweede helft van de afgelopen eeuw heeft baanbrekende kennis en successen in de wetenschap en in de techniek gebracht:

  • In 1938 werd door de Duitse uitvinder Konrad Zuse (1910-1995) de wereldwijde, eerste programmagestuurde computer gebouwd.
  • Op 3 december 1967 werd door de Zuid-Afrikaanse arts Christian Barnard (1922-2001) voor de eerste keer een menselijk hart met succes getransplanteerd.
  • Op 21 juli 1969 zette een mens voor de eerste keer zijn voet op de maan. De astronaut Neil Armstrong riep ons vol trots toe vanuit de aardesatelliet de zin: ‘Een kleine stap voor een mens, maar een reuzenstap voor de mensheid’.
  • De Schotse embryoloog Ian Wilmut kloonde in 1996 het schaap Dolly.

Deze weinige voorbeelden zouden de indruk kunnen wekken dat er bij de mensen nauwelijks nog grenzen zijn. Bij al het geloof in de wetenschap hebben vele van onze tijdgenoten problemen met de Bijbel. Ze brengen het bezwaar naar voren, dat in ‘Het Boek der boeken’ vele wetenschappelijk niet begrijpelijke dingen zijn geschreven, zoals bijv.:

  • De maagdelijke geboorte
  • De opstanding uit de doden
  • Blinden worden ziende, lammen kunnen plotseling lopen
  • De zon wordt bevolen: ‘Sta stil!’

We worden met de fenomenen van de Bijbelse wonderen geconfronteerd en stellen ons de vraag of ze voor de moderne mens van de 21e eeuw nog redelijk zijn. In eerste instantie geven wij als antwoord eerst een voorlopige definitie D1 voor wonderen:

D1: een wonder verplaatst ons in verbazing omdat het onverwacht en onberekenbaar optreedt en onze normale waarneming tegenspreekt.

Wanneer wonderen onverwachts komen, wat wordt er dan wel verwacht?

Deze vraag helpt ons om een duidelijke scheidslijn te trekken tussen wonderen (onverwachte gebeurtenissen) en geen wonderen (wel verwachte gebeurtenissen). Alle voorvallen in onze wereld lopen binnen een bestek van vaste regelmatigheden af. Deze niet veranderlijke beschikkingen noemen wij natuurwetten. Natuurwetten zijn constant, zoals we weten. Ze zijn onveranderlijk sinds hun ontstaan bij de schepping. Ze geven een grote vrijheid voor de meest uiteenlopende technische uitvindingen en ze sluiten vele, slechts in onze voorstelling bedachte processen, als niet realiseerbaar uit.

Verbaasd staan over natuurwetten

Kunnen we ons nog genoeg verbazen over de werkzaamheid van de natuurwetten? Ze presteren geweldig! Toen ik pas geleden bij de haven van Hamburg was, zag ik hoe een schip langzame bewegingen in het water van de haven uitvoerde. Daarover nadenkend kwam bij mij een natuurwet in gedachten, die al door Archimedes (287-212 voor Christus) geconstateerd was: ‘Een zwemmend lichaam verdringt precies zo veel van de vloeistof, waarin hij zwemt, dan hij zelf weegt’.

Zijn wij ons eigenlijk er wel van bewust, wat voor een indrukwekkend gebeuren dat is? Loopt er bijvoorbeeld een rat aan boord, dan reageert het schip meteen en zinkt precies zoveel dieper in het water van de haven, dan de hoeveelheid verplaatst water wat gelijk is aan het gewicht van de rat. Zouden we de som van de nieuwe dompeldiepte berekenen, dan zou dat voor ons helemaal niet mogelijk zijn. We kennen de juiste vorm van het schip niet, bij sommige plekken is de verf afgebladderd en misschien steekt de scheepsschroef een beetje uit het water. Maar al deze aspecten moeten precies vastgesteld worden omdat ze in de berekening mee moeten worden genomen. In werkelijkheid gebeurt dit meteen en wel op exacte wijze. Wie geeft de watermoleculen het bevel om een beetje aan de kant te gaan zodat het schip dieper kan gaan liggen, zo diep wat overeenkomt met het gewicht van de rat?

De natuurwet geldt niet alleen voor dat ene schip in de haven van Hamburg, maar voor alle schepen van de wereld. Het geldt voor het speelgoedje in het bad, maar ook voor een echte eend op een meer of rivier of in een sloot. Niemand zou op grond van de niet berekenbare vorm en structuur van de veren de exacte dompeldiepte van een eend kunnen berekenen. Wie zorgt ervoor, dat de voorwaarden voor deze zo eenvoudig geformuleerde natuurwet met de zo gecompliceerde gevolgen steeds kunnen worden berekend, zodat het op elke tijd en op iedere plaats exact kan worden verwezenlijkt? Er moet toch iemand zijn, die deze berekeningen maakt en dan volgens deze resultaten ook alles zo uitvoert!

Wie zorgt voor de naleving van de natuurwetten?

Inderdaad, er is werkelijk Iemand, die voor de naleving van de natuurwetten zorgt. Van Hem lezen wij in de Bijbel in Kolosse 1:17: ‘Alle dingen bestaan door Hem’. Deze Onderhouder van de wereld is ook Degene, door Wie alle dingen geschapen zijn: ‘Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare …. alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen’ (Kolosse 1:16). Deze Ene, Die de Schepper van alle dingen is, is ook de Onderhouder van alles. Het is de Heer Jezus Christus! We kunnen het ook zo zeggen: de Heer Jezus heeft de hoogste macht over alle dingen van de microkosmos tot de macrokosmos.

De schepping zelf is een gebeurtenis, die niet met behulp van de natuurwetten is gegaan. Hier heeft de Schepper op grond van Zijn volmacht, Zijn Woord, Zijn kracht en Zijn wijsheid alles gevormd. Daartoe had Hij geen natuurwetten nodig. De natuurwetten zijn dus niet de oorzaak, maar juist het resultaat van de schepping. Na een voleindigde schepping zijn alle natuurwetten ‘in bedrijf’, zodat nu alle processen volgens deze wetten beginnen te lopen. De Heer Jezus is de garantie daarvoor, dat ze altijd en overal nagekomen worden. Daarvoor heeft Hij geen computer of andere hulpmiddelen nodig. Zijn Woord van almacht is voldoende. In de brief aan de Hebreeën hoofdstuk 1:3 staat er daarom van Hem: ‘Hij draagt alle dingen door het Woord van Zijn kracht’. Dit handelen om de schepping te onderhouden drukt zich vanuit wetenschappelijk oogpunt gezien door de natuurwetten uit. In hun totaliteit vormen de natuurwetten een stevig kader waarbinnen alle processen in deze wereld aflopen.

Waar is nog plaats voor wonderen?

In de praktijk hebben de natuurwetten de werking van een ‘hooggerechtshof’, die beslist of een proces in onze wereld toegestaan is of niet. Het grootste deel van de complexe processen in onze schepping (bijvoorbeeld de werking van de hersenen, de ontwikkeling van een embryo) zijn voor ons mensen onnavolgbaar en ‘wonderlijk’, toch wordt daarbij geen natuurwet aangetast. Omdat ze optreden, rekenen we ook de meest complexe en onbegrepen dingen van onze wereld niet tot de wonderen. Na deze overleggingen kunnen wij nu tegenover D1 een meer exacte definitie D2 voor wonderen geven:

D2: Wonderen zijn zulke gebeurtenissen in ruimte en tijd, die buiten het bestek van onze natuurwetten gebeuren.

Wij mensen kunnen niets doen om natuurwetten van hun kracht te beroven. Wonderen zijn dus door mensen niet te produceren. De Bijbel vertelt ons van talrijke situaties, waarin God of de Heer Jezus wonderen hebben verricht, zoals:

  • De doortocht van het volk Israël door de Rode Zee (Exodus 14:16-22)
  • De lange dag bij Jozua (Jozua 10:12-14)
  • Het laten bedaren van de storm (Markus 4:35-41)
  • De genezing van de blindgeborene (Johannes 9:1-7)
  • De spijziging van de 5000 mannen (Johannes 6:1-15)
  • De opwekking van Lazarus uit de doden (Johannes 11:32-45)

Opmerking: Wanneer mensen soms toch dingen kunnen doen, die buiten het bestek van natuurwetten liggen, dan handelen ze in naam van andere machten. Of

  • Zijn het discipelen van de Heer Jezus, die door hun Heer de volmacht hebben [bijv. Petrus loopt op het water, (Mattheüs 14:29). Petrus geneest de verlamde man bij de tempelpoort in de Naam van de Heer Jezus (Handelingen 3:1-9) of het zijn:
  • Tovenaars en goeroes, die door demonische machten gestuurd worden [bijv. de tovenaars van de Egyptische Farao (Exodus 7:11-12)].

Zijn de wonderen waar de Bijbel van getuigt met hulp van natuurwetten verklaarbaar?

God kan binnen het kader van de natuurwetten handelen maar meestal gebeurt het daar buiten. In Jakobus 5:17-18 wordt van Elia verteld, dat op zijn gebed het 3½ jaar niet regende en daarna op een volgend gebed het meteen begon te regenen. God heeft gehandeld en Zijn wil laten gebeuren. Toch zou een meteoroloog hier vanuit zijn gezichtspunt geen natuurwet als aangetast zien.

In de eeuw van de Verlichting doorvorste men alle Bijbelse teksten daarnaar, of de vermelde gebeurtenissen op natuurlijke wijze verklaarbaar waren. Wonderen buiten de natuurwetten om werden als onmogelijk verworpen en de Bijbelse geschiedenissen, die daarbij hoorden werden daarmee lichtvaardig als onwaar afgedaan.

De gebeurtenissen van de Bijbel willen en kunnen in de meeste gevallen helemaal niet in het kader van de natuurwetten begrepen worden. God handelt soeverein. Hij is de Wetgever van de natuurwetten en daarom is Hij Zelf deze niet onderdanig. In Zijn handelen is Hij niet onderhevig aan beperkingen, want ‘Bij God is geen ding onmogelijk’ (Lukas 1:37). Zijn wil geschiedt.

De schepping zelf, zoals ze in Genesis 1 beschreven wordt, is het eerste in de Bijbel vermelde wonder. God schept in zes dagen naar Zijn ideeën en naar Zijn plan een wonderbare kosmos en al het leven op de aarde.

De menswording van de Zoon van God is een buitengewoon wonder en goddelijke verborgenheid: De maagd Maria wordt zwanger door de Heilige Geest. De Heer Jezus komt daardoor in onze wereld en is tegelijk de Zoon van God en de Zoon des mensen. Door Zijn dood aan het kruis vereffent Hij onze schuld en wordt daarmee onze Borg voor het eeuwige leven.

De opstanding van de Heer Jezus is verder een zeer markante gebeurtenis, die elke verklaring van een natuurwet tart. Elke poging om hier een biologische of medische verklaring te geven, gaat aan het wezenlijke voorbij. De opstanding is en blijft een bijzondere handeling van God en geschiedde buiten het bestek van de natuurwetten.

Waarom heeft de Heer Jezus wonderen gedaan?

De wonderen van de Heer Jezus zijn onafscheidelijk met Zijn verkondiging verbonden. Hij kwam niet vanuit de hemel met een paspoort met het stempel ‘Gods Zoon’, maar Hij legitimeerde Zich door Zijn almacht in woord en daad als de Gezondene van God. Zijn gezag als Schepper, Redder en eeuwige Koning wordt door de begeleidende wonderen en tekenen onderstreept. Ze zijn een integraal bestandsdeel van Zijn zending en leer.

Na al het tevoren genoemde kunnen wij de goddelijk gewerkte wonderen nu nog exacter en door D3 als volgt vasthouden:

D3: Wonderen zijn verbazingwekkende en buitengewone daden en gebeurtenissen, die God of Zijn Zoon Jezus Christus doet, waarbij de processen buiten de werkzaamheid van de natuurwetten aflopen.

In onderscheid tot de demonische werkingen dienen de wonderen van God

  • Tot Zijn verheerlijking: [bijvoorbeeld: de schepping (Psalm 19:2), de genezing van de blindgeborene (Johannes 9:3b)]
  • Als bewijs van Zijn liefde tot ons [bijvoorbeeld een rots in de woestijn geeft water (Exodus 17:1-6), raven verzorgen de profeet Elia (1 Kon. 17:6)]
  • Tot versterking van het geloof [bijvoorbeeld de wijn op de bruiloft te Kana (Johannes 2:11b)]
  • Of tot redding uit de nood [bijvoorbeeld het laten bedaren van de storm (Markus 4:39)]

Het wonder van het geloof

Tot de grootste wonderen in onze tijd behoort het, wanneer mensen de roep van de Heer Jezus volgen en daardoor eeuwig leven vinden. Hierbij moeten natuurwetten niet buiten kracht worden gezet maar verouderd denken moet door vernieuwd denken veranderd worden. In Handelingen 16:23-34 wordt aan de hand van het voorbeeld van de gevangenbewaarder deze wandel van het verwijderd zijn van God tot het geloof beschreven. Op de vraag: ‘Wat moet ik doen om behouden te worden?’ wordt hem door Paulus en Silas gezegd: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden!’

Waarom zegt Paulus niet ‘Geloof in God?’ Daarop zou de gevangenbewaarder zeker hebben geantwoord: ‘Goden hebben we hier in Griekenland genoeg – Zeus, Kronos und Rhea, Poseidon, Hades, Apollon, Artemis en Hermes’. Maar Paulus noemt de Heer Jezus, de Gekruisigde en Opgestane. Slechts in Hem is heil en eeuwig leven te verkrijgen. Op de vraag van de gevangenbewaarder naar redding gaf hij slechts een uniek antwoord – het luidde toen net zoals vandaag: ‘Jezus!’ Dat begreep deze man en hij nam de Heer Jezus als zijn persoonlijke Redder aan.

Opmerkelijk is hoeveel tijd deze man nodig had om een besluit te nemen. Te middernacht hoorde hij voor de eerste keer van de weg tot redding. Zeker hebben Paulus en Silas niet uitvoerig met hem gesproken, maar – zelfs wanneer we enige uren daarvoor zouden aannemen, gebeurde toch alles binnen een dag. Dat kan voor sommige lezers bemoedigend zijn, die vandaag het evangelie voor het eerst leren kennen. Men hoeft niet eerst 23 of 168 preken te horen om zich te bekeren. De kracht van het evangelie is meteen werkzaam. Bij het ‘wonder van het geloof’ moeten niet de natuurwetten overwonnen worden. Maar het zijn bijna altijd de moeilijk te overwinnen muren van onze wil, waarover we moeten springen:

  • Muren van het eigen vastgeroeste denken
  • Muren van trots en van eigengerechtigheid
  • Muren van een verhard hart

De werking bij degene, die tot geloof komt, overtreft al het menselijke bevatbare en voorstelbare. Hij komt van zijn weg van verlorenheid op de weg van heil en wordt op die dag een burger van de hemel: ‘Ons burgerschap is in de hemelen’ (Filippi 3:20). We zien daaraan: Tot persoonlijk geloof in de Heer Jezus Christus te komen, respectievelijk zich te bekeren, is het grootste wat in ons leven überhaupt kan gebeuren. Besluit u nog vandaag voor een leven met Jezus Christus! Met het volgende gebed (dit gebed is alleen maar een hulp, u kunt het ook met uw eigen woorden doen) kunt u zich richten tot de Heer Jezus en gered worden en een plaats in de hemel krijgen:

‘Heer Jezus Christus, ik zou graag bij U in de hemel komen. Reinig mij van alle trots en de andere zonden in mijn leven. Ik geloof, dat U God bent en voor ons mensen in het vlees op deze aarde kwam. Ik geloof, dat U voor mij gestorven en opgestaan bent. U bent mijn Redder. Ik vertrouw me aan U toe en neem U nu aan in mijn leven. Ik vraag U, kom in mijn hart en wees U de Heer van mijn leven en leidt mij veilig tot aan het einddoel. Amen!’

Dr.-Ing. Werner Gitt
Directeur en Professor